• Home
  • /
  • Module Intrinsieke Motivatie

Module Intrinsieke Motivatie

OPFG-Orthomoleculaire opleidingen

Intrinsieke motivatie en gedragsverandering

In deze module kijken we anders naar motivatie.

In veel benaderingen wordt motivatie nog steeds gezien als iets wat iemand wel of niet heeft. De cliënt wil veranderen, of wil dat niet. De cliënt werkt mee, of werkt niet mee. Maar in de orthomoleculaire praktijk is dat te eenvoudig.

Veel cliënten zijn juist wél gemotiveerd. Ze komen met klachten, hebben vaak al veel geprobeerd en betalen de behandeling meestal zelf. Toch lukt het niet altijd om adviezen uit te voeren. Iemand begrijpt dat suiker klachten kan onderhouden, maar grijpt er toch steeds naar. Iemand wil minder alcohol drinken, maar merkt dat het lichaam ’s avonds om demping vraagt. Iemand weet dat beweging belangrijk is, maar valt na inspanning terug. Iemand wil supplementen innemen, maar krijgt het niet georganiseerd.

Dan is de vraag niet alleen: wil deze cliënt wel veranderen?

De vraag wordt: is motivatie op dit moment biologisch beschikbaar?

Gedragsverandering vraagt energie. Het vraagt overzicht, planning, remming, slaap, beloning, stressbestendigheid en lichamelijke draagkracht. Een uitgeput, ontstoken of gestrest systeem kiest gemakkelijker voor de korte termijn. Niet omdat de cliënt geen discipline heeft, maar omdat het lichaam zoekt naar directe regulatie.

Daarom besteden we in deze module aandacht aan de biologie van motivatie. Je leert hoe dopamine en beloning invloed hebben op initiatief en volhouden. Je leert hoe serotonine, GABA en glutamaat samenhangen met stemming, remming, onrust en stressbestendigheid. Ook slaap, bloedsuiker, insuline, mitochondriale energieproductie, redoxcapaciteit, ionkanalen, ontsteking, darm-brein-as en HPA-as worden meegenomen.

Een belangrijk uitgangspunt is dat gedrag vaak een functie heeft voordat het een probleem wordt.

Suiker kan snelle energie of beloning geven. Alcohol kan glutamaatgedreven onrust dempen. Roken kan dopamine, acetylcholine, pauze en begrenzing geven. Niet bewegen kan bescherming zijn tegen pijn of terugval. Controle kan veiligheid geven in een lichaam dat onvoorspelbaar voelt. Zelfs het vergeten van supplementen of het niet uitvoeren van afspraken kan informatie geven over overbelasting, gebrek aan overzicht, onvoldoende betekenis of een behandelplan dat te complex is.

We kijken niet alleen naar het gedrag zelf, maar naar de regelkring eronder. Welke toestand gaat eraan vooraf? Wat levert het gedrag acuut op? Welke prijs betaalt de cliënt later? En waar kan die lus veilig worden onderbroken?

Daarmee verandert ook de gespreksvoering.

In plaats van cliënten met verandertaal naar ander gedrag te bewegen, leer je werken met inzichtgestuurde verandering. De cliënt moet gaan begrijpen wat het gedrag fysiologisch doet. Niet op een belerende manier, maar zo dat er herkenning ontstaat.

Voor veel cliënten is dat een opluchting. Cravings kunnen samenhangen met ontsteking, bloedsuikerschommelingen, slaaptekort of dopamine. Angst kan versterkt worden door histamine, glutamaat of autonome ontregeling. Innerlijke onrust kan te maken hebben met ionkanalen, magnesium, calciumhuishouding of een tekort aan remming. Labiliteit kan toenemen door leverbelasting, hormoonschommelingen, slaaptekort of ontsteking.

Wanneer een cliënt begrijpt dat gedrag of emotie niet alleen een karakterkwestie is, verdwijnt vaak een deel van de schaamte. Dat betekent niet dat de cliënt geen verantwoordelijkheid draagt. Het betekent juist dat verantwoordelijkheid concreter wordt. Als duidelijker wordt welke regelkring het gedrag versterkt, kan de cliënt gerichter invloed krijgen.

De module leert jeom  verbanden te leggen tussen klacht, gedrag en systeemreactie. Hoe leg je uit waarom een kleine verandering verschil kan maken? Hoe laat je een cliënt zelf conclusies trekken? Hoe voorkom je dat leefstijl een straf wordt? Hoe maak je van verandering een experiment waarin de cliënt lichamelijk kan ervaren dat iets werkt?

Ook de gespreksvaardigheden worden praktisch benaderd. Leren luisteren zonder meteen te repareren, samenvatten zonder therapeutisch toneelstuk, vragen stellen die het systeem openen en weerstand zien als informatie. Ze leren autonomie respecteren, niet redden of trekken, maar wel helder informeren. Grenzen stellen hoort daar ook bij, net als omgaan met cliënten die nog geen eigenaarschap nemen over hun veranderproces.

De kern van deze module is dat motivatie niet losstaat van het lichaam.

Een cliënt kan cognitief gemotiveerd zijn, maar biologisch nog niet veranderbaar. De taak van de therapeut is dan niet om harder te motiveren, maar om te onderzoeken wat motivatie blokkeert, wat eerst gestabiliseerd moet worden en welke stap klein genoeg is om werkelijk haalbaar te zijn.

Zo wordt gedragsverandering geen strijd om wilskracht, maar een proces van begrijpen, reguleren en zorgvuldig opbouwen.

De module bestaat uit 3 lesdagen 21 contacturen praktijkuren/voorbereiding 49 uur.

Studiebelastingsuren 140 uur        5 EC

 

 

Startdatum

20/11/2026 - 05/02/2027

Tijden

09:30 - 17:00

Locatie

Witboom 1 4131 PL Vianen

Docent(en)

Yvonne van Stigt

€ 300,-
incl. lesmateriaal